Dilataties: noodzaak of niet?
Als je een vloer wilt (laten) leggen is een goede voorbereiding belangrijk. Een vaak over het hoofd gezien, maar cruciaal onderdeel van dit proces zijn de dilataties of ook wel voegen genoemd. Daarom geef ik je een overzicht van de belangrijkste punten.
Wat zijn dilataties/voegen en waarom zijn ze belangrijk?
Dilataties/voegen zijn de tussenruimtes in vloeren die helpen om spanningen op te vangen en schade zoals scheuren te beperken. Ze zorgen ervoor dat je vloer langer meegaat en beter functioneert. Er zijn drie hoofdtypen: stortvoegen, bewegingsvoegen (dilataties) en constructievoegen.
Constructievoegen
Constructievoegen zitten over het algemeen in de betonvloer (ondervloer) en vangen spanningen en bewegingen op die kunnen ontstaan door belasting en gebruik van de vloer of door temperatuursinvloeden. Dit is vooral belangrijk in industriële omgevingen waar de vloer veel te verduren krijgt. Omdat deze blog gaat over dekvloeren gaan we hier niet verder op in.
Stortvoegen
Stortvoegen ontstaan wanneer je een vloer in fases aanbrengt. Dit is vaak nodig bij grote oppervlakken. Het correct aanbrengen van deze voegen voorkomt zwakke plekken in je vloer. Vaak worden deze voegen ook wel dagnaden genoemd.
Bewegingsvoegen (dilataties)
Bewegingsvoegen zijn essentieel om de uitzetting en krimp van de vloer op te vangen door temperatuur- en vochtveranderingen. Er zijn verschillende soorten bewegingsvoegen:
- Schijn- of krimpvoegen: Deze helpen om gecontroleerd krimpscheuren te laten ontstaan óf zijn noodzakelijk om te plaatsen als in de ondervloer een constructievoeg is aangebracht.
- Omtrek- en scheidingsvoegen (uitzetvoegen): Deze voegen zitten langs wanden en kolommen om ruimte te bieden voor de beweging van de vloer.

Wanneer wel of niet noodzakelijk?
Bij een hechtende dekvloer geldt normaliter dat er géén schijn- of krimpvoeg óf uitzettingsvoeg nodig is. Er kunnen wel uitzonderingen zijn, bijv. als er in de betonvloer eronder wel randisolatie is geplaatst.
Bij een losliggende dekvloer (= een dekvloer op tussenlaag van <4mm dikte) én bij een zwevende dekvloer (= een dekvloer op isolatie ≥4mm) is het niet noodzakelijk om de schijn- of krimpvoeg aan te brengen als de ruimte minder is dan 80m2. Of als de langste lengte kleiner is dan 10m1. Worden een van deze 2 regels wel gehaald, dan is het wel noodzakelijk om de schijn- of krimpvoeg aan te brengen. Verder is het bij zowel een losliggende als een zwevende dekvloer altijd noodzakelijk om omtrek- en scheidingsvoegen te plaatsen.
Overigens wordt vaak gezegd dat de omtrek- en scheidingsvoegen nodig zijn als er vloerverwarming ligt vanwege de temperatuursverschillen. Maar in werkelijkheid heeft dat niets met elkaar te maken, maar hangt het dus van bovenstaande af of het wel of niet noodzakelijk is. Voor alle duidelijkheid: omtrek- en scheidingsvoegen worden ook wel randstrook, randisolatie, kantstrook genoemd,
Tips voor het aanbrengen van voegen
Het is belangrijk om goed te plannen waar je de dilataties plaatst en hoe je ze aanbrengt. Enkele tips:
– Plaats de dilataties zo dat de ruimtes rechthoekig of vierkant worden.
– Gebruik het juiste materiaal om de voegen te vullen, zodat ze flexibel en duurzaam blijven.
– Houd rekening met de functionele eisen van de ruimte bij het bepalen van het type en de plaats van de voegen.
Het correct aanbrengen van voegen is echt iets wat je niet wilt overslaan. Door de juiste methoden te volgen, kun je ervoor zorgen dat je vloeren er jarenlang goed uitzien en optimaal functioneren.
Met de juiste voegen leg je dan niet alleen een goede vloer, maar bouw je ook aan een duurzame toekomst voor je ruimte!
